Our new programme
We zijn weer begonnen met het repeteren van een nieuw repertoire. In mei zullen we namelijk een heel leuk programma ten gehore brengen! We geven 2 concerten: eerst in de Geertekerk te Utrecht op 9 mei en daarna op 12 mei in de Boskapel te Nijmegen. Het programma bestaat uit het celloconcert in B mineur van Dvořák met Anton Spronk op solo cello en de vierde symfonie van Brahms. Hier een kleine samenvatting van het programma:
Een celloconcert schrijven? Daar zag de Tsjechische componist Antonin Dvořák niet zo veel in. Hij achtte de cello ongeschikt als solo-instrument en wees verzoeken herhaaldelijk af. Mede door de vasthoudendheid van bevriende cellist Hanus Wihan zwichtte Dvořák uiteindelijk toch. In de winter van 1894–1895, tijdens zijn aanstelling in New York, was het concert klaar: een kloek en monumentaal werk van ruim veertig minuten.
Brahms reageerde enthousiast en betreurde het dat hij zelf nooit een celloconcert had geschreven. Tijdens het componeren verschoof Dvořáks opinie: de cello bleek zich feilloos te kunnen handhaven in het symfonisch geweld.
Het eerste deel opent ingetogen met een uitgebreide orkestrale introductie en eindigt krachtig. Het tweede deel citeert het lievelingslied van Josefina, Dvořáks zieke schoonzus. De finale kenmerkt zich door contrast, weemoed en verwijzingen naar eerdere thema’s, en sluit af met een langzaam wegklinkend eerbetoon, gevolgd door een stormachtig orkestrale slot.

Brahms’ Vierde symfonie, zijn laatste grote symfonische werk, werd geschreven tussen 1884 en 1885. Ondanks Brahms’ succes en de idyllische omgeving waarin het stuk ontstond, is de Vierde één van zijn duisterste composities. De reden voor die tragiek blijft raadselachtig: sommigen wijzen op Brahms fascinatie voor Griekse tragedies, anderen op zijn melancholische aard of zijn besef van sterfelijkheid.
De symfonie werd bij de première in 1885 onmiddellijk begrepen en geprezen. Brahms’ compacte, verfijnde schrijfstijl zegt in enkele maten wat anderen in lange frasen nodig hebben. Het werk ontvouwt zich organisch: van het sombere en nobele eerste deel, via een archaïsch en bezwerend andante en een uitbundig, speels scherzo, naar een genadeloos slotdeel in chaconnevorm. Zonder triomf of verlossing eindigt de symfonie in rauwe intensiteit en stilte.
Captivated by this programme? Come and listen to one of our concerts!
